donderdag 12 februari 2015

Zeer kort verhaal in Torpedo magazine

Twee flatgebouwen



We zitten allebei bovenop ons eigen flatgebouw, op de rand, met bungelende benen. Voorzichtig hè, schreeuw ik naar jouw flatgebouw. Ja hoor, doe ik heus wel, schreeuw je terug. Ik kan je zien, maar we zijn net te ver van elkaar verwijderd om elkaar aan te kunnen kijken. Er vliegt een gans over zonder soortgenoten om een letter V mee te vormen. Hij gakt, het klinkt verlangend, als een kind dat om een ijsje zeurt. Je zwaait naar me en ik zwaai terug. Dan ga je op de rand staan. Het voelt alsof er een te dik sinaasappelpartje in mijn strot zit. Mijn dreunende hart probeert het als een heipaal door mijn slokdarm te duwen.
Zag je die grote vogel, schreeuw je en wijst. Voorzichtig, straks val je, roep ik terug. Ik ben inmiddels zelf ook gaan staan.

Je staat zelf ook, gekkie. We zijn vogels, schreeuw je en maakt vliegbewegingen met je armen. Hou op, schreeuw ik, tegelijkertijd moet ik lachen. Je komt gevaarlijk dicht bij de rand en dan spring je. Je vliegt. Je vliegt de gans achterna, jullie worden twee puntjes, het ziet er prachtig uit. Ik haal adem en voel hoe de tijd in mijn keel klopt.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen