woensdag 1 juni 2016

www.pretparkpoezie.nl

Paradepaardjes

Mijn jongere broers waren paradepaardjes met grote voortanden en kuifhaar.
Ze likten vaak langs hun lippen om het levensgenot te proeven.
Ze sleepten gereedschap in bomen en niemand bekommerde zich om hen.
Het waren autodidactische wezens, glad als natte zeep.
Ze hielden van draadjesvlees en aten het liefst rennend.

Ze bevonden zich op ladders en zolders boven mij.
In kelders en holen onder mij. Of ze speelden bij het grindgat
waarin brokstukken van een ooit bewoond huis lagen.

Ik moest direct na school mijn huiswerk maken.
Als het af was zocht ik mijn broers. Het waren er een stuk of vier.
Ik werd getraind in het opvangen van glimpen. Ik leerde
noodgedwongen in bomen klimmen en mijn
kalmte bewaren bij nauwe doorgangen.

Als ik mijn oor op de stoeptegels legde,
hoorde ik ze van me afrennen.


Verjaardag

Er is die verjaardag waar ik niet ben.
Ik ken iedereen nog van vroeger.
De jongens slaan elkaar hard lachend
tussen de schouderbladen.
De meisjes besluiten welke jongen
van hen is.

Achterin de koelkast ligt een blok ijs.
Het ligt er al jaren en de verjaardag duurt al jaren.
De verjaardag in een klein studentenhuis.

Ik krijg een jongen voor mijn verjaardag.
Het is mijn verjaardag en ik ben er niet,


ik hoef de jongen niet uit te pakken. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen